gedichten   
   

 

                                        MOMENTEN   

                              een meeuw cirkelt

een vrouw aarzelt voorbij

de stoep in vierkant het grijs 
blauwe lijnen van het been
de kronkelende stromen bovenop   

een onbeduidend schouwspel

de zeedamp stijgt
zijn vlagen strijken de wereld dicht
een vochtige kou beslaat mijn hemel
een waardig tafereel

verlegen stamel ik  
onleesbaar blijk ik  
een moeilijk beleven

over weinig zal ik mijn spijt zeggen

ik ben mijn wegen gegaan
heb al het uitzicht gewenst 

een ruime geborgenheid en 
het opgezet doek in oude rust
het morgenuur stroomt aangenaam vol

het toegezegd woord stemt me

 


RINNEGOM       

het traag getik van de wekker
het trieste strijken van de takken langs
de ruit 
en de kilte van de eerste nacht
op het landvlak

zum Tode betrübt

in de vreemde verte spoelt de golf over het strand 
en de duinen bedekken je rug
schutting van zand

je rilt en draait de radio maar uit

de vloedstroom stormvloed 
de golven schuimen 
de hoge zee

het strand stuift weg in
slordige
herfstvlagen

de schepen seinen
de noordzee stijgt

achter de naar bier geurende lachbui branden kaarsen hun uren

vlammen spuiten uit het dak
het kind smeult weg
mijn adem schroeit
de hartslag snelt

 


 

FIETSTOCHT    

de druppels stapelen zich:

natte landerij voor mijn voeten
een dalende hemel
voor ogen
vlagen striemen en
grauwer nog de nevels
de koeien hun ruggen
gekeerd

dichterbij de ander
het beschutten
het doorstaan

in een oogopslag na de bocht
zie ik het weiland
weggezogen  
onder 
wijken

het opgespoten land erna
de kleuren verkocht en
te vroeg grijs

de glans van vroeger dof

de slaper is geslecht
de opritten verreden
en het erf weg

de bomenrij onbedachtzaam
versneden

smalle stroken groen voorzien uit berekening

de gelaten ploeg
verspeeld in een onwetende achtertuin

mijn zekerheden raken in verval:
eeuwigheden blijken
vloeibaar

het landschap kruimelt af
en zijn dorpen resten slechts
in boeken

 


 

NOORD-HOLLAND         

wolken in overvloed    
de lengten laag    
de aanblik vlak                         

koeien hun ruggen de heuvels                        
de landerijen boerderijen rieten driehoeken  

en kerktorens  onbewogen handgrepen tot herkenning van elke verte  

het laagland de aangeboren ondergrond bladeren in beelden

de vader heeft hier zijn voeten                           

nagelaten

het graf echter al geruimd  
het tastbaar spoor
gewist  

de steen verzand
binnenin

het vergroeid houvast  
zolang landschappen zich voegen 
in mijn uitzichten

 


 
 

 

                    


gedichten over de dood en afscheid


 

 

gedichten over de oorlog